Maanlanding

Apollo-missies

De foto's van de maanlanding

De foto’s van Apollo 11 behoren tot de bekendste beelden ooit gemaakt. Ze werden geschoten met aangepaste Hasselblad-camera’s op 70-millimeterfilm, in een vierkant formaat. Hier lees je hoe ze tot stand kwamen, wat er op de bekendste foto’s te zien is en hoe je veelgehoorde vragen erover beantwoordt.

Wie aan de maanlanding denkt, ziet vaak dezelfde beelden voor zich: een astronaut in een wit ruimtepak met een goudkleurig vizier, een voetafdruk in het grijze stof, de Amerikaanse vlag naast de maanlander. Die foto’s zijn geen toevallige kiekjes. Fotografie was een belangrijk onderdeel van elke Apollo-missie: voor de wetenschap, voor de documentatie en voor het publiek. Alle foto’s van NASA zijn bovendien publiek domein, waardoor iedereen ze vrij mag bekijken en gebruiken.

Feiten over de maanfoto’s

Camera: Hasselblad 500 EL (elektrisch aangedreven), aangepast voor de ruimte; op het oppervlak de ‘Data Camera’ met een Zeiss Biogon 60 mm-objectief.
Film: 70 mm-film in verwisselbare magazijnen, kleur en zwart-wit.
Beeldverhouding: vierkant, 1:1 (negatief van ongeveer 6 × 6 cm).
Kenmerk: kleine kruisjes (réseau-markeringen) op elke foto, voor metingen.
Auteursrecht: NASA-foto’s zijn publiek domein.

Met welke camera werd gefotografeerd?

NASA gebruikte sinds de Mercury-missies camera’s van het Zweedse merk Hasselblad. Astronaut Wally Schirra nam in 1962 op eigen initiatief een gewone Hasselblad mee de ruimte in, en de resultaten overtuigden NASA. Voor Apollo werden de camera’s flink aangepast. Op het maanoppervlak gebruikten de astronauten de Hasselblad Data Camera: een elektrisch aangedreven 500 EL met een groothoekobjectief van Zeiss (Biogon 60 mm), een zilverkleurige behuizing tegen oververhitting en grote knoppen die met dikke handschoenen te bedienen waren. Er zat geen zoeker op: de camera werd op de borst van het ruimtepak bevestigd, en de astronauten richtten door hun hele lichaam te draaien. Ze hadden er vooraf uitgebreid mee getraind.

Om gewicht te besparen voor de terugvlucht bleven de camerabehuizingen die op het oppervlak werden gebruikt achter op de maan; alleen de filmmagazijnen gingen mee terug. Er liggen dus nog steeds Hasselblad-camera’s op de maan. Naast de fotocamera’s had Apollo 11 een 16-millimeter filmcamera in de maanlander en een televisiecamera voor de live-uitzending.

Waarom zijn de foto’s vierkant?

De Hasselblad werkte met middenformaatfilm van 70 mm breed, waarop beelden van ongeveer 6 × 6 centimeter werden vastgelegd. De beeldverhouding van de originele maanfoto’s is daardoor 1:1, vierkant. Veel bekende versies die je online of in boeken ziet, zijn later bijgesneden of rechtgezet. De bekendste foto van Buzz Aldrin is bijvoorbeeld oorspronkelijk scheef en vierkant; in de populaire versie is extra zwarte lucht boven zijn hoofd toegevoegd om het beeld evenwichtiger te maken.

De bekendste foto’s

Buzz Aldrin met het spiegelende vizier (AS11-40-5903)

Dit is de iconische foto van de maanlanding. Buzz Aldrin staat recht tegenover de camera; in zijn goudkleurige vizier zie je de fotograaf, Neil Armstrong, en de maanlander weerspiegeld. Omdat Armstrong de camera het grootste deel van de tijd droeg, is deze foto — en niet een foto van Armstrong — het beeld van de eerste maanlanding geworden.

De voetafdruk (AS11-40-5878)

De beroemde foto van een laarsafdruk in het maanstof is niet de eerste stap van Armstrong, zoals vaak wordt gedacht, maar een afdruk van Aldrin. Hij fotografeerde die bewust voor een wetenschappelijk experiment: hoe gedraagt de bodem zich onder druk? De scherpe randen laten zien dat maanstof uit hoekige korrels bestaat die aan elkaar haken, omdat er geen wind of water is die ze afslijt.

De vlag

Op de foto’s lijkt de Amerikaanse vlag te wapperen. Dat komt door een horizontale stang aan de bovenkant, die de vlag uitgespreid moest houden. Die stang schoof bij Apollo 11 niet helemaal uit, waardoor de vlag gerimpeld bleef hangen. Op filmbeelden zie je de vlag alleen bewegen als een astronaut de stok aanraakt; daarna komt hij zonder luchtweerstand juist ongewoon snel tot stilstand.

Waar zijn de foto’s van Armstrong?

Er bestaan maar heel weinig foto’s van Neil Armstrong op het maanoppervlak. Hij was de hoofdfotograaf, en het draaiboek voorzag niet in een fotosessie van hem. De bekendste opname waarop hij te zien is, is een foto die Aldrin maakte van Armstrong bij de maanlander (AS11-40-5886). Verder is hij vooral te zien in reflecties, op de 16-millimeterfilm en op de televisiebeelden.

Earthrise (Apollo 8) en The Blue Marble (Apollo 17)

Twee andere beroemde foto’s uit het Apollo-programma zijn niet op het maanoppervlak gemaakt. Earthrise (AS08-14-2383) werd op 24 december 1968 genomen door Bill Anders tijdens Apollo 8, toen de aarde boven de maanhorizon opkwam. The Blue Marble (AS17-148-22727) werd op 7 december 1972 gemaakt door de bemanning van Apollo 17 op weg naar de maan, en toont de aarde volledig verlicht. Beide foto’s worden vaak genoemd als inspiratie voor de milieubeweging.

De kruisjes op de foto’s

Op vrijwel elke maanfoto zie je een raster van kleine zwarte kruisjes. Die komen van een glasplaat met markeringen (een réseauplaat) die vlak voor de film in de camera zat. Met die vaste referentiepunten konden wetenschappers later afstanden en afmetingen op de foto’s berekenen en vervormingen van de film corrigeren.

Complotdenkers wijzen er soms op dat een kruisje ‘achter’ een voorwerp lijkt te verdwijnen, wat zou bewijzen dat de foto is gemonteerd. De verklaring is eenvoudig: op heldere, witte delen van een foto ‘overstraalt’ het licht het dunne zwarte lijntje op de film, waardoor het lijkt te verdwijnen. Op de originele, niet-bewerkte scans is dat goed te zien. Meer over zulke beweringen lees je bij de weerlegging van de complottheorieën.

Waarom staan er geen sterren op de foto’s?

Dit is een van de meest gestelde vragen. Het antwoord is belichting. De maanlandingen vonden plaats in de vroege maanochtend, met fel zonlicht op het oppervlak en op de witte ruimtepakken. Om die heldere onderwerpen goed vast te leggen, werden korte sluitertijden en kleine diafragma’s gebruikt. Bij die instellingen zijn de veel zwakkere sterren simpelweg niet zichtbaar. Hetzelfde merk je als je op aarde ’s avonds een fel verlichte straat fotografeert: de sterren erboven verdwijnen. Op foto’s vanaf het ISS van de verlichte aarde zie je om dezelfde reden ook geen sterren.

De televisiebeelden

Naast foto’s waren er de live-televisiebeelden. De camera op de maanlander werkte met een bijzonder formaat (slow-scan, 10 beelden per seconde) dat op aarde moest worden omgezet naar gewone televisie. Daarbij ging veel kwaliteit verloren, wat de vage, spookachtige beelden verklaart die de wereld te zien kreeg. De originele slow-scan-banden zijn later bij NASA zoekgeraakt en vermoedelijk hergebruikt; in 2009 publiceerde NASA een gerestaureerde versie op basis van de best bewaarde uitzendkopieën. Over hoe de beelden de wereld rondgingen, lees je meer bij wat Neil Armstrong zei op de maan.

Foto’s van de landingsplaatsen vanuit een baan om de maan

De Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van NASA fotografeert de maan sinds 2009 vanuit een baan om de maan. Op de beelden van alle zes Apollo-landingsplaatsen zijn de onderstellen van de maanlanders, de achtergelaten apparatuur en zelfs de looppaden van de astronauten als donkere lijntjes te zien. Ook de Indiase sonde Chandrayaan-2 heeft landingsplaatsen gefotografeerd. Het is een van de vele onafhankelijke bewijzen voor de maanlanding.

Waar vind je de originele foto’s?

Alle Apollo-foto’s zijn vrij beschikbaar. NASA publiceert ze in het NASA Image and Video Library, en het Project Apollo Archive heeft alle filmrollen in hoge resolutie gescand. In het Apollo Lunar Surface Journal staat bij elke foto wanneer en door wie hij is gemaakt, gekoppeld aan de gesprekken met Houston. De codes zoals AS11-40-5903 betekenen: Apollo-missie 11, filmmagazijn 40, beeldnummer 5903. Daarmee kun je elke foto snel terugvinden.