Maanlanding

Astronauten

Michael Collins

Michael Collins (1930–2021) was de piloot van de commandomodule Columbia bij Apollo 11. Terwijl Armstrong en Aldrin op de maan liepen, cirkelde hij alleen om de maan — de meest geïsoleerde mens in de geschiedenis. Zijn boek Carrying the Fire geldt als een van de beste memoires uit de ruimtevaart.

Michael Collins werd op 31 oktober 1930 geboren in Rome, Italië, waar zijn vader als militair attaché gestationeerd was. Hij groeide op in een internationaal milieu en bezocht als kind meerdere landen voordat het gezin zich definitief in de Verenigde Staten vestigde. In 1952 studeerde hij af aan de United States Military Academy in West Point — net als zijn crewlid Buzz Aldrin. Vervolgens werd hij straaljagerpiloot in de Amerikaanse luchtmacht en koos hij voor een specialisatie als testpiloot.

Collins behoort tot dezelfde generatie uitzonderlijke vliegers als zijn Apollo 11-crewleden Neil Armstrong en Buzz Aldrin. Alle drie waren ze gevormd door militaire discipline, vliegervaring en de cultuur van het testpilootenvak, waarin koelheid en analytisch denken onder extreme omstandigheden de norm waren.

Michael Collins in het kort

Geboren: 31 oktober 1930, Rome, Italië.
Overleden: 28 april 2021, Naples, Florida, VS.
Opleiding: West Point (1952); testpiloot Air Force.
Ruimtevluchten: Gemini 10 (1966) en Apollo 11 (1969).
Rol bij Apollo 11: piloot van de commandomodule Columbia.
Boek: Carrying the Fire (1974), beschouwd als een van de beste astronautenmemoires.

Testpiloot en de weg naar NASA

Na zijn militaire opleiding sloot Collins zich aan bij de testvliegersschool van de luchtmacht op Edwards Air Force Base, de legendarische basis in de Californische woestijn waar ook Neil Armstrong zijn sporen verdiende. Als testpiloot vloog hij met experimentele vliegtuigen en leerde hij omgaan met onverwachte situaties in de lucht — een vaardigheid die in de ruimtevaart levensreddend bleek.

In 1963 werd Collins geselecteerd voor de derde lichting NASA-astronauten, dezelfde groep als Aldrin. Hij onderscheidde zich al snel als een vliegers-astronaut met een scherp technisch inzicht en een aanstekelijk gevoel voor humor. Zijn collega's waardeerden zijn vermogen om complexe situaties te relativeren zonder de ernst ervan te onderschatten.

Gemini 10: twee randezvous in één missie

Collins maakte zijn eerste ruimtevlucht als piloot van Gemini 10, samen met commandant John Young. De missie, gelanceerd op 18 juli 1966, was ambitieus: ze voerden twee afzonderlijke koppelingsmanoeuvres uit, eerst met een Agena-doelraket die speciaal voor hen was gelanceerd, en daarna — in een historische primeur — met een Agena-raket die oorspronkelijk gelanceerd was voor de Gemini 8-missie van Neil Armstrong.

Collins voerde tijdens deze missie ook een ruimtewandeling uit waarbij hij naar de verlaten Agena van Gemini 8 zweefde om een wetenschappelijk instrument te bergen. Het was een technisch en lichamelijk veeleisende prestatie: hij moest zijn positie handhaven terwijl hij zichzelf vasthield aan het langzaam roterende vaartuig. Zijn ervaringen met ruimtewandelingen in Project Gemini droegen bij aan de lessen die NASA nodig had voor de Apollo-missies.

Een nekoperatie die alles op het spel zette

Na Gemini 10 leek Collins klaar voor een vroege Apollo-vlucht. Hij was aangewezen voor de bemanning van Apollo 8 — de spectaculaire missie die in december 1968 als eerste mensen in een baan om de maan bracht. Maar een medische tegenslag gooide roet in het eten: Collins moest een operatie ondergaan aan zijn nek, waarbij een botfragment dat op een zenuw drukte werd verwijderd. De ingreep was succesvol, maar kostte hem zijn plek in de Apollo 8-bemanning.

De teleurstelling was groot, maar Collins herstelde voorspoedig. Hij keerde terug in het astronautenprogramma en werd aangewezen voor de bemanning van Apollo 11 — de missie die zou proberen als eerste mensen op de maan te laten landen. Als piloot van de commandomodule zou hij de kapitein van het schip zijn terwijl zijn crewleden de maanlander bestuurden.

De Columbia: het hart van de missie

De commandomodule Columbia was het ruimtevaartuig dat de drie astronauten van de aarde naar de maan bracht, in een baan om de maan bleef en hen uiteindelijk veilig terug naar de aarde bracht. Collins was verantwoordelijk voor het functioneren van dit complexe vaartuig en oefende intensief op alle scenario’s die zich konden voordoen — van technische storingen tot noodsituaties waarbij hij zou moeten optreden zonder zijn crewleden aan boord.

Een bijzondere verantwoordelijkheid lag in de koppelingsmanoeuvre na de terugkeer van Armstrong en Aldrin van het maanoppervlak. Als de opstijgtrap van de maanlander Eagle de Columbia niet kon bereiken — door een navigatiefout, een motorstoring of een andere calamiteit — had Collins geen mogelijkheid zijn collega’s te redden. Hij zou dan alleen naar de aarde terugkeren. Collins erkende dat hij mentaal voorbereid was op dat scenario, hoe afschuwelijk het ook was.

Alleen achter de maan: de meest geïsoleerde mens

Op 20 juli 1969, terwijl Neil Armstrong en Buzz Aldrin in de maanlander Eagle afdaalden naar het maanoppervlak, bleef Collins alleen achter in de Columbia. Hij cirkelde in zijn baan van ongeveer twee uur per omloop om de maan. Bij elke omloop verduisterde de maan de verbinding met de aarde gedurende ongeveer 48 minuten. In dat tijdvenster bevond Collins zich volledig geïsoleerd: geen radiocontact met de Aarde, geen contact met zijn collega’s op het oppervlak, geen andere mens binnen honderdduizenden kilometers.

Journalisten en commentatoren vestigden al snel de aandacht op deze eenzaamheid. Sommigen gebruikten het woord “verlaten” of “vergeten.” Collins zelf wees die karakterisering altijd resoluut van de hand. In zijn boek en interviews beschreef hij het wachten als serene concentratie, niet als eenzaamheid. Hij was bezig met zijn werk: de systemen van de Columbia controleren, koersen berekenen en klaarstaan voor de terugkeer van zijn collega’s. Als er al iets was wat hem bezighield, was het de vraag of de opstijg van de Eagle zou slagen.

Alleen achter de maan: de cijfers

Collins maakte 30 omwentelingen om de maan in totaal, waarvan 14 terwijl Armstrong en Aldrin op het oppervlak waren. Elke omloop duurde ongeveer twee uur. Gedurende 48 minuten per omloop bevond Collins zich aan de achterkant van de maan, volledig buiten het bereik van elk radiosignaal. Op zijn meest afgelegen punt was hij meer dan 3.600 kilometer verwijderd van zijn twee collega’s op het maanoppervlak.

Terugkeer en de koppeling die telde

Nadat Armstrong en Aldrin hun maanwandeling hadden voltooid en meer dan twintig uur op het oppervlak hadden doorgebracht, startten zij de opstijgtrap van de Eagle. Collins volgde de nadering nauwlettend en bereidde de koppeling voor. De manoeuvre slaagde: de Eagle koppelde aan de Columbia en de drie astronauten waren weer herenigd. Collins beschreef het moment van de hereniging als een van de mooiste momenten in zijn leven.

Na het loskoppelen en afstoten van de maanlander begon de terugkeer naar de aarde. Op 24 juli 1969 keerde de Columbia met brandende frictiehitte terug door de dampkring en landde met drie parachutes in de Stille Oceaan. Het schip USS Hornet pikte de bemanning op. Na enkele weken quarantaine volgde een uitbundige wereldtournee vol parades en ontvangsten door staatshoofden.

Carrying the Fire: het beste ruimtevaartboek

In 1974 publiceerde Collins zijn autobiografie Carrying the Fire: An Astronaut's Journeys. Het boek wordt door lezers, critici en collega-astronauten unaniem geprezen als een van de beste — zo niet het beste — boek dat ooit door een astronaut is geschreven. Collins was niet alleen een uitzonderlijk vliegers-astronaut, maar bleek ook een begenadigd schrijver met een scherp observatievermogen, een droge humor en het vermogen om zowel de technische als de menselijke aspecten van het astronautenleven levendig te beschrijven.

Waar andere astronautenmemoires soms neigen naar zelfverheerlijking of droge technische verslaglegging, schildert Collins in Carrying the Fire een genuanceerd portret van zichzelf en zijn collega’s. Hij is eerlijk over zijn twijfels, zijn angsten en zijn bewondering voor de mensen om hem heen. Het boek geeft ook een intiem beeld van de cultuur bij NASA in de jaren zestig: de competitie, de camaraderie en de constante druk van een programma waarbij menselijke levens op het spel stonden, zoals tragisch bleek bij de Apollo 1-brand op 27 januari 1967.

Carrière na Apollo

Na zijn terugkeer van Apollo 11 verliet Collins de astronautenwereld betrekkelijk snel. Hij werd assistent-minister voor Publieke Zaken op het State Department, maar voelde zich meer thuis buiten het politieke circuit. Van 1971 tot 1978 was hij directeur van het National Air and Space Museum in Washington D.C., dat hij hielp uitbouwen tot een van de meest bezochte musea ter wereld. In die rol kon hij zijn passie voor de ruimtevaartgeschiedenis combineren met het delen ervan met een breed publiek.

Later had hij een carrière in de zakelijke sector, maar bleef hij actief als spreker en schrijver over de ruimtevaart. Hij publiceerde meerdere boeken, waaronder werken voor jonge lezers over de maanlanding en de toekomst van de ruimteverkenning. Collins was altijd bereid de boodschap te verkondigen dat de mensheid verder moet reiken dan de aarde.

In tegenstelling tot zijn crewlid Neil Armstrong, die publiciteit zoveel mogelijk vermeed, en Buzz Aldrin, die er actief naar zocht, vond Collins een middenweg: hij was aanwezig op de belangrijke herdenkingen, gaf weloverwogen interviews en sprak zich uit wanneer hij vond dat de situatie dat vroeg, maar hij verspilde geen woorden en poseerde niet.

Overlijden en nalatenschap

Op 28 april 2021 overleed Michael Collins op 90-jarige leeftijd aan kanker, omringd door zijn familie. Zijn overlijden werd wereldwijd herdacht. NASA noemde hem “een van de grootste verkenners in de geschiedenis” en zijn crewleden en collega-astronauten spraken in bewogen termen over het verlies.

Collins liet drie kinderen achter. Zijn vrouw Patricia, met wie hij meer dan vijftig jaar getrouwd was, was in 2014 al overleden. Zijn nalatenschap is veelzijdig: die van een uitzonderlijk piloot, een serene maar trefzekere schrijver, een museumdirecteur die een van de grootste luchtvaartmusea ter wereld mede opbouwde, en bovenal de man die alleen achter de maan bleef terwijl zijn twee collega’s de meest historische voetstap zetten die de mensheid ooit heeft gezet.

Op de pagina alle maanwandelaars zijn de verhalen van alle twaalf mensen verzameld die op de maan liepen. Collins hoorde daar niet bij — maar zijn rol in Apollo 11 was niet minder essentieel. Zonder hem en de Columbia waren Armstrong en Aldrin nooit teruggekeerd.