Maanlanding

Astronauten

Neil Armstrong

Neil Armstrong (1930–2012) was de commandant van Apollo 11 en de eerste mens die ooit voet zette op de maan. Zijn nuchterheid en bescheidenheid maakten hem tot een van de meest gerespecteerde figuren in de geschiedenis van de ruimtevaart.

Neil Alden Armstrong werd op 5 augustus 1930 geboren in Wapakoneta, een kleine stad in de Amerikaanse staat Ohio. Van jongs af aan was hij gefascineerd door vliegtuigen. Op zijn zestiende behaalde hij al zijn vliegbrevet — nog voordat hij zijn rijbewijs had. Die vroege passie voor het vliegen zou de rode draad worden door een leven dat hem uiteindelijk naar de maan zou voeren.

Armstrong studeerde luchtvaartechniek en diende als marinepiloot tijdens de Koreaanse Oorlog, waar hij meer dan tachtig gevechtsmissies vloog. Na zijn militaire dienst behaalde hij een master in de luchtvaarttechniek aan de Universiteit van Southern California en werd hij testpiloot bij het National Advisory Committee for Aeronautics (NACA), de voorloper van NASA. In die hoedanigheid vloog hij met tal van experimentele vliegtuigen, waaronder de beroemde X-15 raketvliegtuig waarmee hij de rand van de ruimte bereikte.

Neil Armstrong in het kort

Geboren: 5 augustus 1930, Wapakoneta, Ohio, VS.
Overleden: 25 augustus 2012, Cincinnati, Ohio, VS.
Opleiding: luchtvaartechniek (Purdue University); master aan USC.
Ruimtevluchten: Gemini 8 (1966) en Apollo 11 (1969).
Prestatie: eerste mens op de maan, 20 juli 1969.
Later: hoogleraar luchtvaart aan de Universiteit van Cincinnati.

Testpiloot in de meest gevaarlijke baan ter wereld

Als testpiloot bij het Edwards Air Force Base in Californië behoorde Armstrong tot de meest bekwame vliegers van zijn generatie. Hij vloog meer dan tweehonderd typen vliegtuigen en maakte kennis met de grenzen van wat vliegtuigen en piloten konden verdragen. Testpiloots van die generatie legden de technische en mentale basis voor de ruimtevaartprogramma's die zouden volgen: zij begrepen machines, wisten hoe ze kalm moesten blijven bij technische storingen en hadden het vermogen om in fracties van een seconde de juiste beslissing te nemen.

In die wereld van extreme prestatiedrang viel Armstrong op door zijn koelheid. Collega's beschreven hem als analytisch, bedachtzaam en sober — iemand die problemen methodisch aanpakte in plaats van op instinct. Die karaktereigenschappen zouden hem later uitstekend van pas komen in de ruimte.

Geselecteerd als astronaut

In 1962 solliciteerde Armstrong naar de tweede lichting astronauten van NASA, de zogeheten “New Nine.” Zijn aanmelding arriveerde enkele dagen te laat, maar een bevriende collega smokkelde het formulier alsnog tijdig tussen de rest. Armstrong werd geselecteerd en begon aan de intensieve training die hem voorbereidde op ruimtevluchten in het kader van Project Gemini.

Project Gemini was het brug-programma tussen het pioniersniveau van Mercury en de maanvluchten van Apollo. De Gemini-missies oefenden met ruimtewandelingen, koppelingsmanoeuvres en lange verblijven in de ruimte — allemaal technieken die onontbeerlijk waren voor een vlucht naar de maan.

Gemini 8: koppeling en crisis

Op 16 maart 1966 steeg Armstrong op als commandant van Gemini 8, samen met piloot David Scott. De missie slaagde erin voor het eerst in de ruimtevaartgeschiedenis twee ruimtevaartuigen succesvol aan elkaar te koppelen: de Gemini-capsule koppelde aan een onbemande Agena-doelraket. Dat was een mijlpaal, maar al snel liep de missie bijna dodelijk fout.

De gekoppelde combinatie begon plotseling wild te rollen en te tollen. De oorzaak bleek een defecte stuwraket op de Gemini-capsule die bleef branden. Armstrong ontkoppelde van de Agena in de veronderstelling dat die de boosdoener was, maar dat maakte het tumult juist erger: bevrijd van het gewicht van de Agena begon de capsule nóg sneller te roteren. Met de bemanning op de rand van bewusteloosheid — de rotatie bereikte bijna één omwenteling per seconde — gebruikte Armstrong de stuwraketten van het terugkeerssysteem om het toestel te stabiliseren. De missie werd vroegtijdig afgebroken, maar beide astronauten keerden veilig terug. Het optreden van Armstrong gold in de astronautengemeenschap nadien als schoolvoorbeeld van beheerste crisisbesluitvorming.

Commandant van Apollo 11

In januari 1969 werd Armstrong aangewezen als commandant van Apollo 11, de missie die zou proberen als eerste mensen op de maan te zetten. Zijn crewleden waren Buzz Aldrin als piloot van de maanlander en Michael Collins als piloot van de commandomodule. De keuze voor Armstrong als commandant was geen toeval: zijn ervaring, zijn vliegvaardigheden en zijn beroemde kalmte onder druk maakten hem in de ogen van NASA tot de meest geschikte kandidaat.

De voorbereiding op de missie was intensief. De bemanning bracht maanden door in simulatoren, oefende elke procedure tientallen keren en bestudeerde de eigenschappen van de maanlander Eagle. Armstrong vloog ook uitgebreid met de Lunar Landing Research Vehicle, een wankel, helikopterachtig toestel op aarde dat de vliegkarakteristieken van de maanlander nabootste. Op een dag verloor hij de besturing en redde zichzelf op het nippertje met het schietstoel-systeem seconden voordat het voertuig neerstortte. Het incident bleef hem kalm.

De landing en de eerste stap

Op 16 juli 1969 steeg Apollo 11 op vanuit Kennedy Space Center. Na een reis van drie dagen om de maan te bereiken en een zenuwslopende afdaling waarbij computeralarmen klonken en de automatische koers op een rotsachtig terrein afstevende, landde Armstrong de Eagle handmatig op een veilige plek in de Zee der Rust. Op 20 juli 1969 om 20:17 UTC meldde hij aan Mission Control: “Houston, Tranquility Base here. The Eagle has landed.”

In de nacht van 20 op 21 juli (Nederlandse tijd) opende Armstrong het luik, daalde de ladder af en zette als eerste mens ooit voet op een ander hemellichaam. Zijn woorden — “That's one small step for man, one giant leap for mankind” — werden door honderden miljoenen mensen wereldwijd via televisie gevolgd en zijn sindsdien een van de bekendste zinnen uit de geschiedenis. Meer over deze historische stap is te lezen op de pagina eerste mens op de maan.

Samen met Buzz Aldrin bracht Armstrong ruim twee uur door op het maanoppervlak. Ze verzamelden gesteentemonsters, plaatsten wetenschappelijke instrumenten en plantten de Amerikaanse vlag. Armstrong droeg tijdens de maanwandeling het ruimtepak dat speciaal was ontworpen om hem te beschermen tegen de extreme omstandigheden op de maan: een vacuüm, temperatuurverschillen van meer dan driehonderd graden en kosmische straling.

Terugkeer en bescheidenheid

Na de landing in de Stille Oceaan op 24 juli 1969 brak er voor de drie astronauten een periode aan van wereldwijde erkenning. Parades, ontvangsten door staatshoofden en eretitels volgden elkaar op. Armstrong ontving talloze onderscheidingen, waaronder de Presidential Medal of Freedom — de hoogste burgerlijke onderscheiding in de Verenigde Staten.

Wat zijn publieke imago echter het meest bepaalde, was zijn weigering om de held uit te hangen. Armstrong beschouwde de maanlanding als een collectieve prestatie van de tienduizenden NASA-medewerkers die eraan hadden gewerkt, niet als zijn persoonlijke triomf. Hij gaf zelden interviews, meed publiciteit en leefde een teruggetrokken leven op zijn boerderij in Ohio. Die houding stond in schril contrast met de voortdurende mediaaandacht waar zijn crewlid Buzz Aldrin wel aan gewend raakte.

Carrière na de maan

Na zijn terugkeer werkte Armstrong korte tijd bij NASA als bestuurder, maar zijn hart lag niet bij bureaucratisch werk. In 1971 verliet hij de organisatie en begon hij een nieuw hoofdstuk als hoogleraar luchtvaartechniek aan de Universiteit van Cincinnati, waar hij tot 1979 doceerde. Hij was geliefd bij studenten vanwege zijn heldere uitleg en zijn vermogen om complexe technische concepten toegankelijk te maken.

In de decennia daarna bleef Armstrong op de achtergrond, maar hij was niet geheel afwezig van het publieke debat. Hij trad op als adviseur voor NASA en andere instanties en getuigde bij verschillende gelegenheden voor het Amerikaanse Congres over de toekomst van de ruimtevaart. In 2010 sprak hij zich publiekelijk kritisch uit over de beslissing van president Obama om het Constellation-programma te annuleren, dat mensen terug naar de maan moest brengen.

De astronauten die na Armstrong op de maan liepen — en hun verhalen zijn gebundeld op de pagina alle maanwandelaars — erkenden vrijwel zonder uitzondering zijn bijzondere status als eerste. Gene Cernan, de laatste mens op de maan, zei ooit dat Armstrongs bescheidenheid hem misschien nog meer bijzonder maakte dan het feit dat hij de eerste was.

Nalatenschap en overlijden

Op 25 augustus 2012 overleed Neil Armstrong op 82-jarige leeftijd aan complicaties na een hartoperatie. De wereld reageerde met rouw en bewondering. Zijn overlijdensbericht verscheen op de voorpagina's van kranten wereldwijd. De NASA en de Amerikaanse regering organiseerden herdenkingsceremonies en president Barack Obama omschreef hem als “een van de grootste Amerikaanse helden aller tijden.”

Armstrongs nagedachtenis leeft voort in tal van manieren: een herdenkingsplaquette in zijn geboortestad Wapakoneta, de Neil Armstrong Air and Space Museum aldaar, een reeks vernoemde scholen en overheidsgebouwen, en zijn voetafdrukken in het stof van de Zee der Rust — die, bij gebrek aan wind of weer op de maan, er nog steeds liggen. Die voetafdrukken zijn tegelijk monument en bewijs: een stille getuigenis van een moment dat de mensheid haar horizon voor altijd verlegde.

De missie die hij commandeerde, Apollo 11, blijft het meest bekende ruimtevaartproject in de geschiedenis. De bredere context van het Apollo-astronautenkorps laat zien dat Armstrong onderdeel was van een uitzonderlijke generatie mannen die bereid waren hun leven te riskeren voor wetenschappelijke en politieke ambities die ver boven henzelf uitstegen.