Maanlanding

Apollo-missies

Apollo 11 — de eerste maanlanding

Op 20 juli 1969 landde de Amerikaanse missie Apollo 11 als eerste mensen op de maan. Dit is het volledige verhaal: van de lancering met de Saturnus V tot de historische eerste voetstappen van Neil Armstrong en Buzz Aldrin.

Apollo 11 was de ruimtevlucht waarmee de mensheid voor het eerst voet zette op een ander hemellichaam. De missie van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA bracht drie astronauten naar de maan, liet er twee van hen landen en bracht het volledige team behouden terug naar de aarde. Met deze vlucht werd het doel waargemaakt dat president John F. Kennedy in 1961 had gesteld: vóór het einde van het decennium een mens op de maan zetten en veilig laten terugkeren. Wereldwijd volgden naar schatting zeshonderd miljoen mensen de beelden live op televisie.

De missie was het hoogtepunt van het Apollo-programma en van de bredere ruimtewedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Wat begon met de schok van de Sovjetsatelliet Spoetnik in 1957, eindigde twaalf jaar later met twee Amerikanen die over het stof van de Zee der Rust liepen.

Apollo 11 in cijfers

Lancering: 16 juli 1969, Kennedy Space Center, Florida (Saturnus V).
Landing op de maan: 20 juli 1969, 20:17 UTC, Zee der Rust.
Eerste stap: nacht van 20 op 21 juli 1969 (Neil Armstrong).
Bemanning: Neil Armstrong, Buzz Aldrin, Michael Collins.
Terugkeer: 24 juli 1969, landing in de Stille Oceaan.
Meegebracht: ongeveer 21,5 kilogram maangesteente.

De bemanning

Drie astronauten vormden de bemanning, elk met een duidelijke rol. Neil Armstrong was de commandant van de missie en een ervaren testpiloot; hij zou de eerste mens op de maan worden. Buzz Aldrin, piloot van de maanlander, vergezelde Armstrong naar het oppervlak en was de tweede die uitstapte. Michael Collins bestuurde de commandomodule en bleef alleen in een baan om de maan terwijl zijn collega's beneden waren. Die eenzame omloop — soms volledig achter de maan, zonder radiocontact met de aarde — maakte van hem een van de meest geïsoleerde mensen in de geschiedenis.

Alle drie waren ze gepokt en gemazeld in de eerdere Amerikaanse ruimteprogramma's. Armstrong en Aldrin hadden ervaring opgedaan tijdens Project Gemini, het programma waarin NASA de koppelings- en ruimtewandeltechnieken oefende die voor een maanvlucht onmisbaar waren.

De ruimtevaartuigen

Apollo 11 bestond uit verschillende onderdelen die elk een eigen taak hadden. De reuzenraket Saturnus V — ruim 110 meter hoog en nog altijd een van de krachtigste raketten ooit gebouwd — bracht het geheel de ruimte in. Eenmaal richting de maan bestond het bemande deel uit twee gekoppelde vaartuigen: de commandomodule Columbia, waarin de bemanning leefde en uiteindelijk naar de aarde zou terugkeren, en de maanlander Eagle, het spinachtige toestel dat speciaal was ontworpen om op de maan te landen en weer op te stijgen.

De landing en de navigatie werden ondersteund door de Apollo-boordcomputer, een voor die tijd geavanceerd maar naar moderne maatstaven uiterst eenvoudig apparaat. Voor het werk buiten droegen de astronauten een speciaal ruimtepak dat hen beschermde tegen het vacuüm, de extreme temperaturen en de straling op het maanoppervlak.

Lancering en reis naar de maan

Op 16 juli 1969 steeg de Saturnus V op vanaf lanceercomplex 39A van het Kennedy Space Center in Florida. Na een paar omwentelingen om de aarde werd de derde rakettrap opnieuw ontstoken voor de zogeheten trans-lunar injection: de manoeuvre die het ruimtevaartuig op koers naar de maan bracht. Tijdens deze reis voerde de bemanning een delicate manoeuvre uit waarbij de commandomodule loskoppelde, omdraaide en zich vastkoppelde aan de maanlander om die uit de bovenste raketrap te trekken.

De reis naar de maan duurde ongeveer drie dagen. Op 19 juli bracht een remmanoeuvre het vaartuig in een baan om de maan. De volgende dag stapten Armstrong en Aldrin over in de Eagle, koppelden los van Collins in Columbia en begonnen aan de afdaling naar het oppervlak.

De landing in de Zee der Rust

De afdaling verliep niet zonder spanning. Tijdens het laatste deel klonken er onverwachte alarmmeldingen van de boordcomputer — de beruchte “1202”- en “1201”-alarmen — die erop wezen dat de computer overbelast raakte. In Houston bepaalde het vluchtleidingsteam in seconden dat de alarmen geen reden waren om af te breken: de landing kon doorgaan.

Toen bleek dat het automatische systeem afkoerste op een gebied vol rotsblokken, nam Armstrong de besturing deels handmatig over. Hij stuurde de Eagle naar een vlakker stuk terrein, terwijl de brandstof gevaarlijk slonk. Met nog maar een handvol seconden marge raakte de maanlander op 20 juli 1969 om 20:17 UTC het oppervlak. Armstrong meldde de geschiedenis in: “Houston, Tranquility Base here. The Eagle has landed.” De landingsplek in de Zee der Rust kreeg de naam Tranquility Base.

De eerste stappen op de maan

Na de landing volgde eerst een periode van controles en voorbereiding. Enkele uren later opende Armstrong het luik, daalde de ladder af en zette in de nacht van 20 op 21 juli (Nederlandse tijd) als eerste mens voet op de maan. Daarbij sprak hij de wereldberoemde woorden: “That's one small step for man, one giant leap for mankind” — een kleine stap voor een mens, een reuzensprong voor de mensheid. Kort daarna voegde Aldrin zich bij hem en beschreef het uitzicht met de woorden “magnificent desolation”, een prachtige verlatenheid.

De maanwandeling duurde in totaal ongeveer tweeënhalf uur. De astronauten verzamelden gesteente- en bodemmonsters, plaatsten wetenschappelijke instrumenten en plantten een Amerikaanse vlag. Ze lieten ook een gedenkplaat achter met de tekst dat zij “in vrede voor de gehele mensheid” waren gekomen. President Richard Nixon sprak vanuit het Witte Huis via een telefoonverbinding met de twee mannen op de maan.

Wat lieten ze achter en namen ze mee?

Op de maan bleven onder meer een seismometer, een reflector voor laserafstandsmetingen, de Amerikaanse vlag en de gedenkplaat achter. De reflector wordt tot op de dag van vandaag gebruikt om de afstand tot de maan nauwkeurig te meten — een van de tastbare bewijzen dat de landing echt heeft plaatsgevonden. Mee terug ging ongeveer 21,5 kilogram maangesteente.

Wetenschappelijke instrumenten en monsters

Hoewel de eerste maanwandeling vooral een technische en symbolische prestatie was, leverde Apollo 11 ook echte wetenschap op. De meegebrachte monsters van maangesteente en maanstof gaven geologen voor het eerst de kans om materiaal van een ander hemellichaam in het laboratorium te bestuderen. Daaruit bleek onder meer dat het maanoppervlak miljarden jaren oud is en dat de samenstelling sterke overeenkomsten vertoont met het gesteente van de aarde — een aanwijzing die de inzichten over het ontstaan van de maan heeft gevormd.

De achtergelaten instrumenten begonnen direct met het verzamelen van gegevens, bijvoorbeeld over maanbevingen en de exacte afstand tussen aarde en maan. Zo werd de allereerste landing tegelijk het beginpunt van langdurig wetenschappelijk onderzoek.

Terugkeer naar de aarde

Na ruim 21 uur op het oppervlak startten Armstrong en Aldrin de stijgtrap van de Eagle en koppelden weer aan bij Collins in de commandomodule. De maanlander werd afgestoten en de bemanning begon aan de terugreis. Op 24 juli 1969 keerde de commandomodule Columbia met een vurige herintreding terug in de dampkring en landde met parachutes in de Stille Oceaan, waar de bemanning door het schip USS Hornet werd opgepikt.

Uit voorzorg tegen onbekende maanorganismen werden de drie astronauten daarna enkele weken in quarantaine gehouden. Toen duidelijk werd dat er geen gevaar bestond, volgde een uitbundige ontvangst met parades en een wereldwijde rondreis. Apollo 11 was geslaagd, en de weg lag open voor de missies die zouden volgen.

De betekenis van Apollo 11

Apollo 11 was meer dan een technisch hoogstandje; het was een keerpunt in hoe de mensheid naar zichzelf en naar de aarde keek. De beelden van een kleine, blauwe planeet gezien vanaf de maan versterkten het besef van een gedeeld thuis. Politiek betekende de missie dat de Verenigde Staten de ruimtewedloop in beslissende zin hadden gewonnen.

Na Apollo 11 volgden nog vijf geslaagde landingen. In totaal liepen tussen 1969 en 1972 twaalf mensen over de maan; Gene Cernan was tijdens Apollo 17 in december 1972 de laatste. Daarna bleef de maan decennialang onbetreden. Met het Artemis-programma bereidt NASA samen met internationale partners nu een terugkeer van mensen naar de maan voor. Wie de oorsprong van die nieuwe ambitie wil begrijpen, komt steevast terug bij die ene zomeravond in 1969.