Astronauten
De laatste mens op de maan
Op 14 december 1972 klom Gene Cernan als commandant van Apollo 17 als laatste mens de ladder van de maanlander op. Meer dan vijftig jaar later is niemand hem gevolgd — maar een nieuwe generatie maakt zich op voor een terugkeer.
Ruimtevaartgeschiedenis denkt graag in termen van eersten. De eerste satelliet, de eerste mens in de ruimte, de eerste maanlanding. Maar elke serie heeft ook een laatste, en de laatste mens die op de maan liep was een Amerikaan uit Chicago: Eugene Andrew Cernan, bekend als Gene Cernan, commandant van Apollo 17.
Het was 14 december 1972. Cernan en geoloog-astronaut Harrison Schmitt hadden drie dagen doorgebracht in het Taurus-Littrow-dal aan de rand van de Mare Serenitatis. Ze hadden bergen beklommen, met de maanwagen tientallen kilometers door het landschap gereden, gesteentemonsters verzameld die geologen nog decennia zouden bestuderen. Nu was het tijd om te vertrekken.
Apollo 17 — de laatste bemande maanlanding
Lancering: 7 december 1972, Kennedy Space Center (nachtlancering).
Landing op de maan: 11 december 1972, Taurus-Littrow-dal.
Bemanning op het oppervlak: Gene Cernan (commandant) en Harrison Schmitt (geoloog).
In baan om de maan: Ronald Evans (commandomodule-piloot).
Verblijf op het oppervlak: 74 uur en 59 minuten (ruim drie etmalen).
Totale EVA-tijd: drie maanwandelingen, samen circa 22 uur.
Meegebracht gesteente: 110,5 kilogram — de grootste hoeveelheid uit alle Apollo-missies.
De nacht van de nachtlancering
Apollo 17 begon al bijzonder: het was de enige bemande maanlanding die 's nachts werd gelanceerd. Op 7 december 1972 om 00:33 lokale tijd steeg de Saturnus V-raket op vanaf het Kennedy Space Center, de vuurpluim verlichtend als een kunstmatige zon in de Floridaanse nacht. Tienduizenden toeschouwers hadden de kou getrotseerd om het spektakel te aanschouwen, want velen wisten dat dit de laatste keer zou zijn dat de grootste raket ooit gebouwd naar de maan zou vertrekken.
De bemanning bestond uit Cernan, die al eerder bij Apollo 10 tot vlak bij de maan was gevlogen zonder te landen, Schmitt als de enige getrainde geoloog die ooit op de maan zou lopen, en Ronald Evans als piloot van de commandomodule. Voor het NASA-management was Apollo 17 mede bedoeld als een wetenschappelijke afsluiting: Schmitts expertise moest garant staan voor de hoogste wetenschappelijke opbrengst van alle maanmissies.
Drie dagen in het Taurus-Littrow-dal
Het gekozen landingsgebied was niet toevallig. Het Taurus-Littrow-dal bood geologen een unieke kans: er lagen zowel oud hooglanden-gesteente als relatief jonge vulkanische afzettingen. Wetenschappers hoopten er aanwijzingen te vinden over de thermische geschiedenis van de maan. Ze werden niet teleurgesteld.
Tijdens de drie EVA's — buitenactiviteiten — legden Cernan en Schmitt samen ruim 34 kilometer af met de maanwagen. Ze bezochten enorme kraters, verzamelden gesteente van uiteenlopende ouderdom en ontdekten iets onverwachts: oranje bodemkleur bij de Shorty-krater. Die kleur bleek afkomstig van kleine glaskorreltjes die miljarden jaren geleden bij vulkanische uitbarstingen waren gevormd — een vondst die het begrip van de geologische geschiedenis van de maan aanzienlijk verdiepte.
Mede dankzij het werk op Apollo 17 beschikken wetenschappers over inzichten in maangesteente en maanstof die nog altijd worden gebruikt in onderzoek naar het ontstaan van de maan en het vroege zonnestelsel.
De laatste woorden op de maan
Voordat Cernan de ladder beklom, deed hij iets persoonlijks: hij liep terug naar de maanwagen en schreef met zijn vinger de initialen van zijn dochter Tracy in het maanstof. Een stille, intieme daad op het meest publieke toneel denkbaar.
Daarna keerde hij zich naar de camera en sprak de woorden die de geschiedenis zouden ingaan als het afscheid van de mensheid van de maan — voorlopig althans:
“As I take man's last step from the surface, back home for some time to come — but we believe not too long into the future — I'd like to just [say] what I believe history will record: that America's challenge of today has forged man's destiny of tomorrow. And, as we leave the Moon at Taurus-Littrow, we leave as we came and, God willing, as we shall return, with peace and hope for all mankind. Godspeed the crew of Apollo 17.”
Hij klom de ladder op. De luiken sloten. Harrison Schmitt was hem een paar minuten eerder voorgegaan. Ronald Evans wachtte in de baan om de maan. Cernan was de laatste mens geweest die het maanoppervlak had betreden, en hij was ook de laatste die het verliet.
Waarom is niemand sindsdien teruggekeerd?
Die vraag is makkelijker te stellen dan te beantwoorden, en het eerlijke antwoord bevat meerdere lagen. Op het meest praktische niveau: Apollo kostte enorm veel geld. Het programma verbruikte op zijn hoogtepunt ongeveer vier procent van het totale federale budget van de Verenigde Staten. Naarmate de publieke en politieke aandacht verslapte — de ruimtewedloop was gewonnen, de Sovjet-Unie had de strijd om de maan verloren — verdampte ook de bereidheid om die rekeningen te blijven betalen.
De ruimtewedloop was in essentie een politiek project. Toen het politieke doel bereikt was, veranderde de prioriteitenafweging. NASA's budget werd in de vroege jaren zeventig fors gekort. Plannen voor Apollo 18, 19 en 20 werden geschrapt. De aandacht verschoof naar het ruimtestation Skylab en later het Space Shuttle-programma, dat de nadruk legde op toegankelijkheid en hergebruik in plaats van exploratie.
Daarna speelde de complexiteit van een terugkeer een rol. Een bemande maanlanding vergt een infrastructuur — zware draagraketten, maanlanders, maanpakken, trainingsprogramma's — die na Apollo stap voor stap werd ontmanteld of niet werd onderhouden. Een terugkeer van nul opbouwen kost tijd en middelen van een andere orde dan het voortzetten van een lopend programma.
Er zijn ook technische en veiligheidslessen geleerd. De tragedies van het Space Shuttle-programma (Challenger in 1986, Columbia in 2003) maakten NASA voorzichtiger en grondiger in haar risicoafweging. De lat voor een nieuw bemand maanprogramma lag daardoor hoger dan in de jaren zestig, toen de tijdsdruk van de ruimtewedloop bepaalde beslissingen had gedicteerd.
Cernan en de last van de “laatste”
Gene Cernan droeg zijn status als laatste maanwandelaar met gemengde gevoelens. In zijn memoires en lezingen gaf hij aan dat hij oprecht hoopte dat de titel snel van hem zou worden overgenomen. Hij wilde niet de laatste zijn; hij wilde één van de eersten zijn geweest in een lange reeks van mensen die de maan zouden bezoeken.
Zijn vliegcarrière was opmerkelijk: hij vloog drie keer naar de ruimte. Eerst als piloot van Gemini 9 in 1966, daarna als maanlander-piloot van Apollo 10 in mei 1969 — de generale repetitie waarbij de maanlander tot op 15 kilometer van het oppervlak daalde zonder te landen — en ten slotte als commandant van Apollo 17. Weinig astronauten hebben zo diep in het Apollo-programma gezeten.
Na zijn actieve carrière bleef Cernan een vurig pleitbezorger voor bemande ruimtevaart en voor een terugkeer naar de maan. Hij getuigde voor het Congres, sprak op scholen en instellingen, en keerde nooit terug van zijn overtuiging dat de mensheid op de maan thuishoorde. Op 16 januari 2017 overleed hij op 82-jarige leeftijd. Zijn wens om zijn titel te verliezen is nog niet in vervulling gegaan — maar het lijkt nu dichter bij dan ooit.
De missies tussen Apollo 17 en nu
Na 1972 zijn er talrijke onbemande missies naar de maan gevlogen. Diverse landen en organisaties hebben satellieten in een maanbaan gebracht en landers op het oppervlak gezet. China's Chang'e-programma heeft indrukwekkende resultaten geboekt, waaronder de eerste zachte landing op de achterkant van de maan in 2019. India's Chandrayaan-3 landde in 2023 nabij de zuidpool. Maar al deze missies waren onbemand. De voetafdrukken van Cernan en Schmitt in het Taurus-Littrow-dal wachten nog altijd op opvolgers.
De voetafdrukken zijn er overigens nog. Op de maan is geen weer, geen wind, geen erosie door water. De sporen die de twaalf maanwandelaars hebben achtergelaten — te zien in het overzicht van alle twaalf maanwandelaars — blijven miljoenen jaren behouden, tenzij een meteoriet ze treft.
Artemis: de volgende stap
Het Artemis-programma van NASA is de meest concrete poging om mensen terug te brengen naar de maan. Vernoemd naar de tweelingzus van Apollo uit de Griekse mythologie, streeft Artemis ernaar zowel de eerste vrouw als de eerste niet-witte astronaut op de maan te zetten. De keuze voor de maan als bestemming is ook strategisch: de maan wordt gezien als een oefenplaats voor toekomstige bemanningsvluchten naar Mars.
Artemis 1 vloog in 2022 zonder bemanning om de Orion-capsule te testen. Artemis 2 moet een bemande vlucht om de maan brengen. Artemis 3 is gepland als de eerste bemande landing sinds Apollo 17. Het tijdschema is meerdere keren verschoven, maar de intentie staat vast. Als Artemis 3 slaagt, zal iemand anders de titel van Cernan overnemen. Wie dat zal zijn, is op dit moment nog niet bekendgemaakt.
Tot die dag blijft Gene Cernan de laatste mens op de maan. En blijft zijn boodschap aan de camera op 14 december 1972 hangen in de lucht: “as we shall return.”
Wat Cernan's nalatenschap ons leert
De laatste stap is in zekere zin moeilijker dan de eerste. De eerste stap van Neil Armstrong was het begin van iets; Cernan's laatste stap was, ongewild, een afsluiting. Hij liep weg van iets dat de mensheid misschien niet had mogen opgeven.
Zijn verhaal is een herinnering aan hoe vergankelijk ambitie kan zijn wanneer politieke wil ontbreekt. Maar het is ook een bron van hoop: de maan is niet vergeten. Vijftig jaar na Apollo 17 worden nieuwe raketten gebouwd, nieuwe astronauten geselecteerd en nieuwe missies gepland. De voetafdrukken in het Taurus-Littrow-dal wachten op gezelschap.