Maanlanding

Astronauten

De eerste mens op de maan

In de nacht van 20 op 21 juli 1969 daalde Neil Armstrong de ladder van de maanlander Eagle af en zette als eerste mens ooit voet op een ander hemellichaam. Dat moment maakte hem tot een van de bekendste figuren in de geschiedenis van de mensheid.

Het was een moment dat de wereld de adem deed inhouden. Op 20 juli 1969 landde de Apollo 11-maanlander Eagle in de Zee der Rust, en enkele uren later verscheen de gestalte van Neil Armstrong in het luik. Zwijgend en behoedzaam daalde hij de negen sporten van de ladder af, tot zijn linkervoet het maanstof raakte. Het was 02:56 UTC op 21 juli 1969. Voor de eerste keer in de geschiedenis van het leven had een mens voet gezet op een ander hemellichaam dan de aarde.

Dat ogenblik was het resultaat van een bijna acht jaar durende nationale inspanning, aangedreven door de belofte die president John F. Kennedy in mei 1961 had gedaan: vóór het einde van het decennium een Amerikaan op de maan zetten en veilig terugbrengen. De weg ernaartoe had miljarden dollars, honderdduizenden arbeidsuren en het leven van drie astronauten gekost — Grissom, White en Chaffee bij de Apollo 1-brand. Maar op die juliavond leek alles dat offer waard.

Eerste stap op de maan — de feiten

Astronaut: Neil Armstrong, commandant Apollo 11.
Tijdstip eerste stap: 02:56 UTC, 21 juli 1969 (nacht van 20 op 21 juli, Nederlandse tijd).
Locatie: Zee der Rust (Mare Tranquillitatis), landingsplek Tranquility Base.
Uitgesproken woorden: “That's one small step for man, one giant leap for mankind.”
Duur van de maanwandeling: circa 2 uur en 31 minuten.
Tweede persoon buiten: Buzz Aldrin, ongeveer twintig minuten later.

De aanloop: uren vol spanning

Toen de Eagle om 20:17 UTC op 20 juli neerkwam, was de opluchting bij de vluchtleiding in Houston voelbaar. De laatste minuten van de afdaling waren zenuwslopend geweest: de boordcomputer had alarmcodes gegeven die op overbelasting wezen, en Armstrong had de besturing deels handmatig overgenomen om een rotsachtig landingsgebied te vermijden. Met slechts tientallen seconden brandstof in reserve was de landing een feit.

Na de landing volgde een protocol van technische controles. De bemanning moest de systemen van de maanlander nagaan en beoordelen of een spoedige terugkeer noodzakelijk was. Pas nadat bleek dat alles naar behoren functioneerde, werden de voorbereidingen voor de zogenoemde EVA — extra-vehicular activity, de maanwandeling — in gang gezet. Die voorbereidingen namen uren in beslag: het aantrekken en controleren van de ruimtepakken, het verlagen van de druk in de cabine en het openen van het luik.

Uit oorspronkelijke plannen bleek dat de vluchtleiding had overwogen de EVA uit te stellen totdat de astronauten hadden geslapen. Maar Armstrong en Aldrin voelden er weinig voor om te rusten vlak voor het meest historische moment van hun leven, en de vluchtleiders besloten de maanwandeling naar voren te halen.

De beroemde woorden

Terwijl Armstrong de ladder afdaalde, trok hij aan een hendel die een camera activeerde. Die camera registreerde zijn laatste stap op de bodem van de maanlander en zijn eerste stap op de maan — in korrelig zwart-wit, maar onmiskenbaar. Zijn woorden klonken over de radioverbinding de hele wereld in: “That's one small step for man, one giant leap for mankind.”

De zin is sindsdien onlosmakelijk verbonden met Armstrong en met het hele ruimtevaarttijdperk. Maar hij heeft ook tot een linguïstische discussie geleid. Armstrong beweerde later dat hij had bedoeld te zeggen “one small step for a man” — met het lidwoord “a”, waardoor de tegenstelling tussen het individuele en het collectieve scherper zou uitkomen. Zonder “a” zijn “man” en “mankind” immers min of meer synoniem. Geluidsanalyse heeft de kwestie nooit definitief opgelost; sommige onderzoekers menen de “a” wel te horen, anderen niet. Hoe dan ook: de zin is de geschiedenis ingegaan in zijn meest bekende vorm.

Waarom Armstrong als eerste uitstapte

De vraag wie van de twee maanwandelaars als eerste naar buiten zou gaan was aanvankelijk minder vanzelfsprekend dan ze achteraf leek. Bij eerdere Gemini-missies was het gebruikelijk dat de co-piloot een ruimtewandeling maakte, terwijl de commandant aan boord bleef. Op basis van die traditie veronderstelden sommigen dat Buzz Aldrin als eerste zou uitstappen.

Maar bij de missieplanners van NASA werd al vroeg besloten dat de commandant van de missie de primaire maanwandelaar zou zijn. Er waren praktische redenen: Armstrong bevond zich in de maanlander aan de zijde van het luik en zou er bij het verlaten van de cabine langs moeten. In de nauwe cockpit van de Eagle zou Aldrin over Armstrong heen moeten klimmen om als eerste te kunnen uitstappen, wat een onnodig risico opleverde voor hun ruimtepakken en apparatuur.

Daarnaast speelde prestige een rol: NASA wilde dat de commandant — de verantwoordelijke figuur voor de missie — de historische eerste stap zou zetten. Armstrong zelf sprak hier zelden over en ontkende dat er politieke overwegingen meespeelden. Hij beschouwde zichzelf als een vertegenwoordiger van de mensheid, niet als een individu dat persoonlijke glorie najoeg.

Twee mensen op de maan: wat deden ze?

Zo'n twintig minuten nadat Armstrong de maan had betreden, daalde ook Aldrin de ladder af. Hij keek om zich heen en noemde het landschap “magnificent desolation” — een prachtige verlatenheid. Samen verrichtten de twee mannen in de ongeveer tweeënhalf uur durende buitenactiviteit een reeks taken die van tevoren nauwgezet waren gepland.

Ze verzamelden gesteente- en bodemmonsters voor wetenschappelijk onderzoek op aarde, samen goed voor ongeveer 21,5 kilogram. Ze plantten een Amerikaanse vlag — een handeling die symbolisch beladen was, maar waarover op de gedenkplaat die ze achterlieten stond dat zij “in vrede voor de gehele mensheid” waren gekomen. Ze installeerden een seismometer om maanbevingen te meten en een retroreflector waarmee wetenschappers met lasers de afstand tot de maan konden bepalen. Die retroreflector wordt tot op de dag van vandaag gebruikt.

Terwijl Armstrong en Aldrin buiten waren, bleef Michael Collins in de commandomodule in een baan om de maan. Hij kon zijn collega's op het oppervlak niet zien en had slechts indirect contact, via de vluchtleiding. Toch was zijn rol onmisbaar: zonder de commandomodule zou het trio nooit naar de aarde kunnen terugkeren.

Terugkeer in de maanlander en vertrek

Na de maanwandeling keerden Armstrong en Aldrin terug in de Eagle. Ze brachten in totaal ruim 21 uur door op het maanoppervlak. Daarna startten ze de stijgtrap — het bovenste deel van de maanlander — en stegen op vanuit de Zee der Rust. De ondertrap bleef achter op de maan, een stille getuige van de historische landing.

Na de koppeling met de commandomodule Columbia werd de stijgtrap afgestoten. De drie astronauten begonnen samen aan de terugreis naar de aarde. Op 24 juli 1969 landde de commandomodule met parachutes in de Stille Oceaan, waar de USS Hornet het team oppakte. Na een quarantaineperiode volgde een overweldigende ontvangst: de astronauten werden onthaald als wereldhelden.

Neil Armstrong na de vlucht

Neil Armstrong was de eerste, maar hij leek het minst behoefte te hebben aan de roem die daarmee gepaard ging. Na Apollo 11 trad hij relatief snel terug uit de schijnwerpers. Hij gaf zijn voorkeur aan de relatieve anonimiteit van een academische loopbaan: hij werd hoogleraar luchtvaart- en ruimtevaarttechniek aan de Universiteit van Cincinnati. Interviews gaf hij spaarzaam, publieke optredens vermeed hij zoveel mogelijk.

Hij bleef trots op de prestatie van het Apollo-programma, maar benadrukte altijd dat de maanlanding een collectieve inspanning was geweest — van ingenieurs, wetenschappers, technici en astronauten samen. De eerste stap was zijn, zei hij, maar de reis was van iedereen. Armstrong overleed op 25 augustus 2012 op 82-jarige leeftijd.

Betekenis voor de ruimtevaart

De eerste stap van Armstrong betekende het einde van één tijdperk en het begin van een ander. Het bewees dat mensen de aarde konden verlaten en een andere wereld betreden. Na Apollo 11 volgden nog vijf geslaagde maanlandingen. De landen die op de maan liepen zijn bijgehouden in een overzicht van alle twaalf maanwandelaars; de twaalfde en laatste was Gene Cernan in december 1972.

Sindsdien is geen mens meer op de maan geweest. Maar de herinnering aan die ene nacht in 1969 heeft de koers van de ruimtevaart blijvend bepaald. Met het Artemis-programma streeft NASA ernaar opnieuw mensen op de maan te landen — dit keer ook vrouwen en mensen van kleur, een bredere vertegenwoordiging van de mensheid die de eerste stap al zo nadrukkelijk in zijn naam droeg.

Wie wil begrijpen hoeveel mensen er in totaal op de maan hebben gelopen, vindt het antwoord bij de pagina over hoeveel mensen er op de maan zijn geweest. De tijdlijn van de bredere verkenning van de maan is te vinden via de tijdlijn van maanverkenning.

Een stap die de wereld veranderde

Hoe bescheiden Armstrong ook was over zijn rol, het staat buiten kijf dat die ene stap op het maanoppervlak een van de meest besproken momenten uit de twintigste eeuw is. Ze leidde tot filosofische beschouwingen over de plaats van de mens in het heelal, tot politieke analyses van de ruimtewedloop en tot talloze culturele uitingen in literatuur, film en kunst.

Ze maakte ook duidelijk dat mensen uitzonderlijke dingen kunnen bereiken wanneer ze middelen, talent en collectieve wil bundelen. De vraag is niet of die eerste stap groot was — dat is buiten twijfel. De vraag is wat de mensheid ermee zal doen in de komende decennia, nu een nieuwe generatie ruimtevaarders zich opmaakt voor een terugkeer naar het maanoppervlak.