Maanlanding

Apollo-missies

Apollo 8 — de eerste reis om de maan

In december 1968 stuurde NASA voor het eerst mensen om de maan. Apollo 8 was een gedurfde stap die de koers van de ruimtewedloop definitief bepaalde — en een van de meest memorabele foto's in de menselijke geschiedenis opleverde.

Apollo 8 was een missie die haar eigen tijdperk oversteeg. In de slotweken van 1968 — een jaar van politieke moorden, opstanden en oorlog — keken honderdmiljoen mensen naar drie astronauten die als eersten een ander hemellichaam bereikten. Frank Borman, Jim Lovell en Bill Anders cirkelden tien keer om de maan, lazen uit Genesis voor op kerstavond en maakten een foto die de wereld liet zien hoe de aarde eruitziet vanuit de diepte van de ruimte. Apollo 8 was niet de missie die op de maan landde — dat zou zeven maanden later Apollo 11 doen — maar het was wel de missie die bewees dat mensen er konden komen.

Het was ook een beslissing die achteraf gezien een enorm risico inhield. Het oorspronkelijke plan voor Apollo 8 was een test van de maanlander in een baan om de aarde. Maar de maanlander had vertraging opgelopen, en er waren aanwijzingen dat de Sovjet-Unie een bemande vlucht om de maan overwoog. NASA koos voor een gedurfde herziening: zonder maanlander, maar wel om de maan. Het was een beslissing waarbij alles op het spel stond.

Apollo 8 in kerncijfers

Lancering: 21 december 1968, Kennedy Space Center, Florida.
Bemanning: Frank Borman (commandant), James Lovell (piloot commandomodule), William Anders (piloot maanlander).
Aantal banen om de maan: 10.
Terugkeer op aarde: 27 december 1968, Stille Oceaan.
Totale vluchttijd: 6 dagen, 3 uur en 42 minuten.
Bekendst om: de Earthrise-foto en de kersttoespraken vanuit de maanbaan.

De bemanning

Frank Borman was een militair piloot en NASA-veteraan die bekendstond om zijn discipline en doelgerichtheid. Als commandant van de Apollo 8-missie was hij verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn bemanning in een situatie waarvoor geen precedent bestond. Nadat de Apollo 1-ramp het programma had stilgelegd, had Borman deelgenomen aan het onderzoek en actief bijgedragen aan de herontwikkeling van de capsule. Hij had een persoonlijk belang bij het succes van Apollo 8 als bevestiging dat zijn werk niet voor niets was geweest.

James Lovell was een ervaren astronaut die later nóg bekender zou worden als commandant van de bijna-rampzalige Apollo 13-missie in 1970. Zijn kalme competentie onder extreme druk was al tijdens Apollo 8 zichtbaar. William Anders was de nieuwste van het driemansteam en had als voornaamste taak de fotografische documentatie van de maan vanuit de baan — een taak waaruit uiteindelijk een van de meest iconische beelden van de twintigste eeuw zou voortkomen.

De aanloop: een gedurfde beslissing

De beslissing om Apollo 8 om de maan te sturen werd pas in augustus 1968 genomen, slechts vier maanden voor de geplande lancering. Het was een van de meest risicovolle beslissingen in de geschiedenis van de ruimtevaart. De Saturnus V-raket had slechts twee onbemande testvluchten achter de rug, en de tweede daarvan was allerminst vlekkeloos verlopen. De commandomodule was grondig herontworpen na de Apollo 1-brand, maar er waren nog altijd openstaande technische vragen.

Toch was het de geopolitieke context die de doorslag gaf. Inlichtingenrapporten suggereerden dat de Sovjet-Unie een Zond-capsule met kosmonauten om de maan kon sturen — en daarmee opnieuw de Amerikanen zou aftroeven. Als NASA Apollo 8 omleidde naar de maan, zou de Unie die primeur worden ontnomen. NASA-baas James Webb trad af in oktober 1968; zijn opvolger Thomas Paine steunde het nieuwe plan. De beslissing was gemaakt.

De vlucht naar de maan

Op 21 december 1968 steeg de Saturnus V op van het Kennedy Space Center. De eerste twee rakettrappen brachten het geheel in een baan om de aarde; de derde trap werd opnieuw ontstoken voor de trans-lunar injection — de stuwing die het vaartuig met de juiste snelheid en richting op weg stuurde naar de maan. Dit was de eerste keer dat mensen de beschermende invloedssfeer van de aardse zwaartekracht verlieten en echt op weg gingen naar een ander hemellichaam.

De reis naar de maan duurde bijna drie dagen. Tijdens de vlucht maakten de astronauten televisie-uitzendingen waarbij ze de aarde en de ruimte filmden — beelden die wereldwijd werden uitgezonden en waarbij kijkers voor het eerst met eigen ogen zagen hoe de aarde eruitzag vanuit de verre ruimte: klein, kwetsbaar, eenzaam in het zwart. Het zou een voorproefje zijn van wat nog zou komen.

In een baan om de maan

Op 24 december 1968 voerde Apollo 8 de Lunar Orbit Insertion uit: een remmanoeuvre waarbij de motor van de commandomodule achter de maan werd afgevuurd, buiten bereik van alle communicatie met de aarde. Acht lange minuten zweeg de verbinding, tot het vaartuig aan de andere kant van de maan tevoorschijn kwamen en Lovell meldde: “Please be informed, there is a Santa Claus.”

De bemanning cirkelde tien keer om de maan op een hoogte van zo'n honderd kilometer boven het oppervlak. Voor het eerst zagen mensenogen de achterkant van de maan met eigen ogen — het hemisphere dat altijd van de aarde is afgekeerd. Ze konden de potentiële landingsplaatsen bestuderen en de immense leegte en kaalheid van het maanlandschap op zich laten inwerken. Anders beschreef het als “a vast, lonely, forbidding expanse of nothing.”

De Earthrise-foto

Tijdens de vierde baan om de maan, op kerstavond, keek Anders door een zijraam van de capsule en zag iets onverwachts: de maan in de voorgrond, en daarachter, oprijzend boven de grijze horizon, de aarde. Een kleine, blauwe bol in het oneindige zwart van de ruimte. Anders greep zijn camera en maakte de opname die de wereld zou veranderen.

De Earthrise-foto — officieel NASA-foto AS8-14-2383HR — is sindsdien een van de meest invloedrijke beelden van de twintigste eeuw geworden. Milieuactivisten, filosofen en schrijvers hebben er hun verhalen mee onderbouwd. Het beeld maakte op een manier die geen woorden konden evenaren zichtbaar hoe kwetsbaar en uniek onze planeet is. De fotograaf Anders zei later: “We came to explore the Moon and what we discovered was the Earth.”

De kersttoespraken vanuit de maanbaan

Op kerstavond 1968 hield de bemanning van Apollo 8 een televisie-uitzending die door naar schatting een miljard mensen wereldwijd werd gevolgd. In die uitzending lazen de drie astronauten beurtelings de openingsverzen van het bijbelboek Genesis voor: “In the beginning God created the heaven and the earth...” Frank Borman sloot af met de wens: “And from the crew of Apollo 8, we close with good night, good luck, a Merry Christmas, and God bless all of you — all of you on the good Earth.”

De keuze voor Genesis was niet toevallig. Het was het idee van een kennis van Borman die stelde dat het in een dergelijk historisch moment gepast was om de diepste culturele bronnen van het Westen aan te spreken. Of men godsdienstig was of niet — de toespraak trof een snaar. 1968 was een jaar geweest van aanvallen op het geloof in menselijke vooruitgang; de stem van astronauten die vanuit de maanbaan spraken, herstelde op dat moment iets van dat vertrouwen.

Terugkeer en betekenis

Op kerstdag voerde Apollo 8 achter de maan de Trans-Earth Injection uit — de manoeuvre die het vaartuig op weg terugstuurt naar de aarde. Opnieuw een kritiek moment achter de maan, buiten bereik van communicatie. De motor werkte perfect. Op 27 december 1968 landde de capsule in de Stille Oceaan, opgepikt door het vliegdekschip USS Yorktown. De drie astronauten waren veilig terug.

De betekenis van Apollo 8 voor de ruimtewedloop was immens. De Sovjet-Unie had haar eigen Zond-programma gericht op een bemande vlucht om de maan, maar schoof dat na Apollo 8 op de lange baan. De Amerikanen hadden de primeur; de wedstrijd om de eerste mensen om de maan was gewonnen. De volgende stap was al duidelijk: landen.

Apollo 8 baande de weg voor de twee missies die eraan voorafgingen aan de eigenlijke landing. Apollo 10 zou in mei 1969 de procedure tot op veertien kilometer van het oppervlak volledig uitproberen. En toen was de weg vrij voor Apollo 11. Wie de historische landing van juli 1969 wil begrijpen in zijn volle context, moet beginnen bij de Kerstmis van 1968 — bij drie mannen die als eersten de maan omcirkelden en het gezicht van de aarde aan de mensheid toonden.

Kennedy's belofte uit 1961 begon met Apollo 8 zijn vervulling te naderen. En de foto van de opkomende aarde boven de maanhorizon vestigde voor altijd in het collectieve geheugen van de mensheid dat de aarde niet alleen onze thuis is, maar ook een klein, kwetsbaar eiland in een onmetelijke leegte — een inzicht dat het Apollo-programma ons tot op heden heeft nagelaten.