Ruimtewedloop
Wernher von Braun — raketingenieur tussen twee werelden
Wernher von Braun is de meest invloedrijke raketingenieur van de twintigste eeuw. Hij ontwierp de V2-raket die duizenden levens kostte in de Tweede Wereldoorlog, en later de Saturnus V-raket die mensen naar de maan bracht. Zijn leven is onlosmakelijk verbonden met zowel de grootste prestatie als een van de donkerste bladzijden uit de moderne geschiedenis.
Wernher Magnus Maximilian von Braun werd geboren op 23 maart 1912 in Wirsitz, een stadje in het toenmalige Pruisen dat nu in Polen ligt. Van jongs af aan was hij geobsedeerd door raketten en de ruimte. Op zijn twaalfde bevestigde hij vuurwerkraketten aan een speelgoedwagen en joeg die door een drukke straat — een stunt die hem een nacht politiecel opleverde. Het was de eerste van vele keren dat zijn raketambities de wereld in beroering brachten.
Von Braun groeide op in een adellijke familie, studeerde werktuigbouwkunde in Berlijn en promoveerde in 1934 op een proefschrift over raketmotoren — een proefschrift dat decennialang als staatsgeheim geclassificeerd bleef. Al vroeg sloot hij zich aan bij de Verein für Raumschiffahrt, een vereniging van raketliefhebbers die serieuze experimenten uitvoerde. Hij droomde van ruimtevaart. Die droom leidde hem langs een weg die hem nooit had moeten gaan.
Wernher von Braun — leven in kerndaten
Geboren: 23 maart 1912, Wirsitz (Pruisen).
Gestorven: 16 juni 1977, Alexandria, Virginia (VS).
Grootste prestatie in Duitsland: ontwerp en productie van de V2-raket.
Grootste prestatie in de VS: hoofdarchitect van de Saturnus V-raket.
Rol bij NASA: eerste directeur van het Marshall Space Flight Center.
Sleutelmoment: lancering Apollo 11, 16 juli 1969.
Peenemünde en de V2: de raket als wapen
In de jaren dertig werd Von Brauns raketonderzoek opgemerkt door het Duitse leger, dat zijn potentieel als wapensysteem zag. Von Braun aanvaardde financiering van de Wehrmacht en verhuisde zijn werk naar het geheime onderzoekscentrum Peenemünde aan de Baltische kust. Hij werd directeur van de rakettechnische ontwikkeling en werkte samen met generaal Walter Dornberger aan wat de eerste ballistische raket ter wereld zou worden.
De resultante was de Aggregat 4, in propagandatermen de Vergeltungswaffe 2 — de V2. De raket was een technisch wonder voor zijn tijd: meer dan veertien meter hoog, aangedreven door vloeibare zuurstof en ethanol, in staat om een lading van bijna een ton springstof op een afstand van meer dan driehonderd kilometer af te leveren. Hij vloog hoger dan de atmosfeer, een technisch gezien de eerste mensgemaakte object dat de grens van de ruimte bereikte.
Tussen 1944 en 1945 werden meer dan drieduizend V2-raketten op Londen, Antwerpen, Brussel en andere steden afgevuurd. Naar schatting kwamen daarbij meer dan negenduizend mensen om, overwegend burgers. De wapens zaaide dood en angst maar waren militair niet doorslaggevend — ze kwamen te laat en waren te onnauwkeurig om de loop van de oorlog te veranderen.
Mittelwerk en dwangarbeid: het onlosmakelijke verleden
De V2-productie bereikte zijn meest duistere vorm in de Mittelwerk, een ondergrondse fabriek in de Harz-bergen. De raketten werden er gebouwd door dwangarbeiders, overwegend gevangenen uit het concentratiekamp Dora-Mittelbau. De omstandigheden in de tunnels waren meedogenloos: ondervoeding, uitputting, willekeurig geweld door bewakers en een dodelijk gebrek aan medische zorg. Er stierven meer mensen bij de productie van de V2 — naar schatting meer dan tienduizend — dan bij de inzet ervan als wapen.
Von Brauns betrokkenheid bij deze situatie is historisch vastgesteld en fundamenteel voor een eerlijke beoordeling van zijn figuur. Hij bezocht de Mittelwerk meerdere keren en was op de hoogte van de omstandigheden. Hij was lid van de SS, al beweerde hij later dat dit een formaliteit was geweest die hij niet kon weigeren zonder zijn werk te verliezen. In 1944 werd hij zelfs kortstondig gearresteerd door de Gestapo omdat hij, naar verluidt, te openlijk over zijn ruimtedromen sprak in plaats van zich op het wapen te concentreren. Zijn medewerkers kwamen hem vrij. Dit detail wordt soms gebruikt om hem een zekere distantie van het regime toe te schrijven, maar het verandert niets aan zijn medewerking aan een systeem dat op dwangarbeid dreef en massavernietiging nastreefde.
Von Braun zelf erkende later dat hij keuzes had gemaakt die hij betreurde, maar hij ging nooit ver in zijn publieke rekenschap. Hij beschreef zichzelf als een wetenschapper gedreven door de droom van de ruimte, gevangen in omstandigheden die hij niet kon controleren. Historici zijn er tot op de dag van vandaag over verdeeld in welke mate dit een eerlijke zelfbeschrijving is of een convenient verhaal voor een nieuwe carrière in Amerika.
Operatie Paperclip: Von Braun in dienst van Amerika
In de laatste maanden van de oorlog zag Von Braun de toekomst helder: Duitsland zou verliezen. Hij koos er bewust voor zich over te geven aan de Amerikanen in plaats van aan de Sovjet-Unie, en begroef zijn meest waardevolle documenten in een Beierse mijn zodat ze buiten Sovjet-handen zouden blijven. In mei 1945 capituleerde hij samen met een deel van zijn team voor Amerikaanse troepen in de Alpen.
Wat volgde, was Operatie Paperclip: een geheim Amerikaans programma om Duitse wetenschappers en ingenieurs — ook diegenen met een belastend oorlogsverleden — naar de VS te halen. Von Braun en meer dan honderd van zijn medewerkers werden overgebracht naar Fort Bliss in Texas. Zijn achtergrond bij de SS en zijn rol in de Mittelwerk werden door de Amerikaanse overheid achtergehouden en zijn dossier werd witgewassen om zijn toelating tot de VS te faciliteren.
In Fort Bliss werkte hij aan de Redstone-raket en hielp de VS bij het opbouwen van zijn rakettechnologische basis. Hij werd Amerikaans staatsburger, schreef populaire artikelen over ruimtevaart voor tijdschriften als Collier's en werkte samen met Walt Disney aan televisiedocumentaires over ruimtereizen die miljoenen Amerikanen fascineerden. Von Braun was niet alleen ingenieur maar ook communicator: hij maakte de ruimte zichtbaar en begeerlijk voor een breed publiek.
Redstone, Jupiter en de vroege ruimtevaart
In 1950 verhuisde Von Brauns team naar het Redstone Arsenal in Huntsville, Alabama, dat later het Marshall Space Flight Center zou worden. Hier ontwierpen ze de Redstone-raket, die in 1958 de eerste Amerikaanse satelliet — Explorer 1 — in een baan om de aarde bracht. Kort daarna, op 5 mei 1961, droeg een Redstone-raket Alan Shepard als eerste Amerikaan naar de rand van de ruimte.
Von Braun werkte ook aan de Jupiter C-raket en de grotere Jupiter-raketten die de basis zouden leggen voor de volgende generatie. Zijn aanpak was methodisch: stap voor stap grotere en krachtigere systemen bouwen, elke stap grondig testen voor er een volgende werd gezet. Het was dezelfde filosofie die hij in Peenemünde had aangeleerd, nu in dienst van een heel andere ambitie.
De Saturnus V: het hoogtepunt van een carrière
Na de aankondiging van President Kennedy in 1961 — een mens op de maan voor het einde van het decennium — begon Von Brauns team aan het project dat zijn grootste erfenis zou worden: de Saturnus V-raket. Dit gevaarte van ruim 110 meter hoog, 2.800 ton bij het opstijgen en met een stuwkracht van 33 miljoen Newton in de eerste trap, is nog altijd de krachtigste raket die ooit succesvol is gevlogen.
Von Braun leidde het ontwerp als directeur van het Marshall Space Flight Center. Hij was een gedreven, charismatische leider die het beste uit zijn team haalde maar ook berucht was om zijn veeleisendheid. Hij stond erop elk onderdeel grondig te testen voordat het werd ingezet en introduceerde het principe van “all-up testing” voor de Saturnus V: in tegenstelling tot de traditionele aanpak waarbij elk stadium apart werd getest, testte hij alles tegelijk in een complete raket. Critici noemden het gevaarlijk; Von Braun zag het als efficiënt en noodzakelijk om de deadline te halen.
De eerste Saturnus V-testvlucht vond plaats in november 1967 en was een doorslaand succes. Op 16 juli 1969 stuurde een Saturnus V de bemanning van Apollo 11 naar de maan. Von Braun was aanwezig bij de lancering; hij huilde. Zijn droom van de ruimte, begonnen als kind in Pruisen, was werkelijkheid geworden — op een manier die zowel subliem als historisch beladen was.
Na Apollo: ambities die onvervuld bleven
Von Braun droomde van Mars. Na Apollo ijverde hij voor een Mars-missie in de jaren tachtig, maar politieke en budgettaire realiteit stonden dat niet toe. In 1970 werd hij overgeplaatst naar het NASA-hoofdkwartier in Washington, weg van zijn geliefde Huntsville. Hij ervoer dat als een bureaucratische verbanning en besefte al snel dat zijn invloed afnam. In 1972 verliet hij NASA en ging hij werken voor het lucht- en ruimtevaartbedrijf Fairchild Industries.
In die laatste jaren schreef Von Braun openlijker over zijn geloof — hij was in zijn Amerikaanse jaren een overtuigd christen geworden — en over zijn visie op de toekomst van de mensheid in de ruimte. Hij stierf op 16 juni 1977 aan alvleesklierkanker, op 65-jarige leeftijd. Het Artemis-programma dat NASA nu uitvoert, en de nieuwe generatie zware raketten die opnieuw mensen naar de maan willen brengen, zijn in directe lijn afstammelingen van het werk dat Von Braun in Huntsville begon.
Een eerlijk oordeel: genie en medeplichtigheid
Wernher von Braun laat zich niet eenvoudig beoordelen. Hij was een uitzonderlijk ingenieur wiens kennis en visie de ruimtewedloop mede vormden en uiteindelijk bijdroegen aan een van de grootste momenten in de geschiedenis van de mensheid. Tegelijk is zijn medewerking aan het nazi-regime en zijn wetenschap van de dwangarbeid in de Mittelwerk een vaststaand historisch feit dat niet kan worden weggelachen of gereduceerd tot een persoonlijk dilemma.
De dichter en satiricus Tom Lehrer vatte het samen in een beruchte songtekst: “Once the rockets are up, who cares where they come down?” Het was een kwetsende karikatuur, maar het raakte een echte zenuw: de neiging om de vruchten van zijn werk te omarmen en de wortels ervan te vergeten. Een vollediger begrip van Von Braun — en van de ruimtewedloop als geheel — vereist dat beide kanten van zijn verhaal in het oog worden gehouden.