Maanlanding

De maan

Maanfasen — hoe en waarom de maan van vorm lijkt te veranderen

De maan doorloopt elke maand een volledige cyclus van fasen: van onzichtbare nieuwe maan via groeiende sikkel en kwartier naar de verblindend heldere volle maan, en dan weer terug. Dit eeuwenoude ritme heeft kalenders, culturen en wetenschappers gevormd en heeft een elegante verklaring die volledig berust op geometrie.

Elke avond dat de hemel helder is, zie je de maan er net iets anders uitzien dan de avond daarvoor. Soms is ze een dunne sikkel laag boven de horizon, soms een helverlichte schijf die de nacht bijna daglicht maakt, en soms is ze helemaal niet te zien. Al deze verschijningsvormen zijn fasen van dezelfde maan, en ze volgen op een vast en voorspelbaar ritme dat astronomisch precies te berekenen valt. De maanfasen zijn niet het gevolg van een schaduw die de aarde op de maan werpt — dat is een veelgehoord misverstand — maar van de manier waarop het zonlicht de maan belicht terwijl ze om de aarde draait.

De mensheid heeft dit ritme al tienduizenden jaren gevolgd. Vroege kalenders waren gebaseerd op de maancyclus, en in veel culturen en religies spelen de fasen van de maan tot op de dag van vandaag een rol bij het bepalen van feestdagen en rituele tijden. Voor de wetenschapper is de maan een object van studie waarvan de fasen een venster bieden op de geometrie van het zonnestelsel. En voor de ruimtevaart zijn de maanfasen ook praktisch relevant: de timing van maanmissies werd mede bepaald door de verlichtingsomstandigheden op het maanoppervlak.

De oorzaak: het gaat om geometrie

De maan produceert geen eigen licht. Ze weerkaatst het licht van de zon, net zoals alle andere lichamen in het zonnestelsel die we aan de hemel zien schijnen. Omdat de maan om de aarde draait, verandert de hoek waaronder wij op aarde het verlichte deel van de maan kunnen zien, voortdurend. Dat is de volledige verklaring van de maanfasen: ze zijn een kwestie van perspectief en geometrie, niet van een fysieke verandering van de maan zelf.

Stel je de maan voor als een bal die om de aarde cirkelt terwijl een lamp (de zon) van grote afstand beschijnt. Altijd is precies de helft van de maan verlicht door de zon, maar afhankelijk van waar de maan in haar baan staat, zien wij op aarde een andere fractie van dat verlichte halfrond. Als de maan tussen de aarde en de zon staat, zien we de onverlichte kant: nieuwe maan. Als de maan precies aan de andere kant van de aarde ten opzichte van de zon staat, zien we de volledig verlichte kant: volle maan. In alle tussenposities zien we gedeeltelijk verlichte vormen: sikkels, kwartiermanen en gibbeuze manen.

De acht maanfasen op een rij

Nieuwe maan: maan staat tussen aarde en zon; onverlicht vanuit aarde gezien.
Wassende sikkel: klein verlicht deel zichtbaar aan de rechterkant (noordelijk halfrond).
Eerste kwartier: rechterhelft verlicht; maan staat 90° van de zon.
Wassende gibbeuze maan: meer dan de helft verlicht, nog groeiend.
Volle maan: volledig verlicht zichtbaar; maan staat tegenover de zon.
Afnemende gibbeuze maan: meer dan de helft verlicht, maar afnemend.
Laatste kwartier: linkerhelft verlicht; maan staat 90° van de zon.
Afnemende sikkel: klein verlicht deel, maan nadert nieuwe maan.

Nieuwe maan: begin van de cyclus

De cyclus begint bij nieuwe maan. Op dit moment staat de maan ruwweg tussen de aarde en de zon in, zodat de verlichte kant van de maan volledig van de aarde af is gericht. De maan is daardoor in het geheel niet te zien aan de hemel, of slechts marginaal als een extreem dunne sikkel vlak na zonsondergang als de geometrie het toelaat. Nieuwe maan markeert het begin van de maanmaand in veel traditionele en religieuze kalenders.

Soms staat de maan bij nieuwe maan zo precies op één lijn met de aarde en de zon dat ze de zonschijf bedekt en een zonsverduistering veroorzaakt. Dit kan alleen bij nieuwe maan gebeuren, en het feit dat de maan en de zon vanaf de aarde nagenoeg even groot lijken (louter toeval, gezien hun werkelijke grootte-verschil), maakt volledige zonsverduisteringen tot spectaculaire astronomische verschijnselen.

Wassende maan: van sikkel naar kwartier

In de dagen na nieuwe maan beweegt de maan verder in haar baan en begint een steeds groter deel van haar verlichte kant naar de aarde te wijzen. Eerst verschijnt een smalle sikkel in het westen, zichtbaar kort na zonsondergang. Deze groeiende fase heet “wassend”: de maan neemt in zichtbaar verlicht oppervlak toe.

Na circa zeven dagen bereikt de maan het eerste kwartier. De naam is verwarrend als je er aan denkt dat de helft van de maan verlicht lijkt, maar de naam verwijst naar het feit dat de maan één kwart van haar totale baan heeft voltooid. Bij eerste kwartier staat de maan 90 graden van de zon aan de hemel, en zien we precies de rechterhelft verlicht (op het noordelijk halfrond; op het zuidelijk halfrond is het omgekeerd). De kwartiersmaan staat bij zonsondergang hoog aan de hemel in het zuiden en gaat rond middernacht onder. Dit is een van de meest herkenbare fasen voor mensen die gewend zijn de maan te observeren.

Volle maan: het hoogtepunt van de cyclus

Circa veertien dagen na nieuwe maan bereikt de cyclus zijn meest spectaculaire punt: volle maan. De maan staat nu aan de tegenovergestelde kant van de hemel ten opzichte van de zon, zodat we de volledig verlichte helft zien. Volle maan gaat op bij zonsondergang en onder bij zonsopgang, en is de gehele nacht zichtbaar. Het is het moment waarop de maan haar maximale helderheid bereikt en het nachtlandschap kan verlichten alsof het schemering is.

Bij volle maan is ook een maansverduistering mogelijk. Dit treedt op als de aarde precies tussen de zon en de maan staat, zodat de schaduw van de aarde op de maan valt. In tegenstelling tot een zonsverduistering, die slechts vanuit een smalle strook op aarde zichtbaar is, is een maansverduistering zichtbaar voor iedereen op de nachtelijke helft van de aarde. Tijdens een totale maansverduistering kleurt de maan roodachtig omdat de dampkring van de aarde blauw licht uitfiltert maar rood licht doorbuigt naar de maan toe — vandaar de bijnaam “bloedmaan”.

Volle maan heeft door de eeuwen heen een bijzondere culturele en religieuze betekenis gehad. Hindoeïstische en boeddhistische feestdagen, het joodse en islamitische kalendersysteem, het tijdstip van Pasen in het christendom — al deze zijn verbonden met de stand van de maan. De volle maan heeft ook een prominente rol in de folklore van vrijwel alle culturen ter wereld, van de haas op de maan in Oost-Aziatische mythen tot de weerwolf in Europese legenden.

Afnemende maan: van kwartier terug naar nieuwe maan

Na volle maan begint de verlichte kant die wij zien weer kleiner te worden. De maan is nu “afnemend”. Eerst is er een afnemende gibbeuze fase, waarbij nog meer dan de helft verlicht is maar het verlichte gedeelte dag na dag kleiner wordt. Na nog eens circa zeven dagen bereikt de maan het laatste kwartier: nu is de linkerhelft verlicht (op het noordelijk halfrond), en staat de maan 90 graden van de zon, maar aan de andere kant dan bij het eerste kwartier.

De kwartiersmaan in de afnemende fase gaat later op dan bij het eerste kwartier: ze is halverwege de nacht al niet meer te zien op het meridian, en ze gaat pas op rond middernacht. In de vroege ochtend vóór zonsopgang is de afnemende sikkel het laatste wat van de maancyclus te zien is, laag in het oosten. Dan sluit de cirkel: de maan nadert opnieuw de zon aan de hemel, en de nieuwe cyclus begint met een volgende nieuwe maan.

De synodische maand: 29,5 dagen

De tijd die de maan nodig heeft om de volledige cyclus van fasen te doorlopen, van nieuwe maan naar nieuwe maan, heet de synodische maand en bedraagt gemiddeld circa 29 dagen, 12 uur en 44 minuten — gewoonlijk afgerond op 29,5 dagen. Dit is de maand die het meest direct zichtbaar is voor mensen op aarde en die aan de basis ligt van de meeste maankalenders.

De synodische maand is langer dan de werkelijke omlooptijd van de maan om de aarde. Die werkelijke omlooptijd — de siderische maand — bedraagt slechts circa 27,3 dagen. Het verschil ontstaat doordat de aarde zelf ook om de zon draait. Terwijl de maan haar baan heeft voltooid en weer op dezelfde positie ten opzichte van de sterren staat, is de aarde (en daarmee de zon zoals die van de aarde wordt gezien) een stukje verder in haar jaarlijkse omloop. De maan moet die extra hoek nog inhalen voordat ze opnieuw nieuw maan is. Die extra circa twee dagen verklaren het verschil tussen de siderische en de synodische maand.

De synodische maand van 29,5 dagen is ook de basis van de maankalender. Twaalf synodische maanden zijn samen circa 354 dagen — ongeveer 11 dagen korter dan het zonnejaar van 365,25 dagen. Maankalenders die dit verschil niet compenseren, schuiven elk jaar 11 dagen op ten opzichte van de seizoenen. De islamitische kalender is een voorbeeld van een pure maankalender waarbij dit verschuiving bewust niet wordt gecorrigeerd; de joodse kalender voegt periodiek een schrikkelmaand in om zon en maan te synchroniseren.

Maanfasen en de getijden

Er is een direct verband tussen de maanfasen en de getijden in de oceanen, dat al eeuwenlang door zeevaarders en vissers was opgemerkt voordat de wetenschap er een verklaring voor gaf. Bij nieuwe maan en volle maan staan zon, aarde en maan op één lijn, en trekken de getijdenkrachten van zon en maan in dezelfde richting samen. Dit levert de hoogste getijdenverschillen op: de zogeheten springvloeden, met extreme hoogwaters en lage laagwaters.

Bij eerste en laatste kwartier staan zon en maan loodrecht op elkaar ten opzichte van de aarde. De getijdenkrachten werken dan gedeeltelijk tegen elkaar in, wat resulteert in de zwakkere doodtij: bescheidener hoogteverschillen tussen hoog- en laagwater. Meer over dit mechanisme en de rol van de maan bij de vorming van getijden is te lezen op de pagina over de maan als hemellichaam.

Bijzondere maanfasen en populaire benamingen

Naast de acht standaardfasen zijn er bijzondere verschijnselen die speciale namen hebben gekregen. De supermaan is een volle maan die samenvalt met het perigeum, het dichtstbijzijnde punt in de elliptische baan van de maan. De maan lijkt dan iets groter en helderder aan de hemel. Hoewel het verschil voor het blote oog bescheiden is, trekt het fenomeen grote publieke aandacht. De term “supermaan” is overigens geen astronomisch vaktermijn maar een populaire benaming die is aangeslagen.

De blauwe maan is in het populaire gebruik de tweede volle maan in een kalendermaand. Omdat de synodische maand korter is dan de meeste kalendermaanden, komt dit sporadisch voor (vandaar de uitdrukking “once in a blue moon”). De micromaan is het tegenovergestelde van de supermaan: volle maan in het apogeum, waarbij de maan op maximale afstand staat en daardoor kleiner lijkt. En de bloedmaan, zoals al vermeld, is de roodachtige kleuring bij een totale maansverduistering.

Maanfasen en maanverkenning

Voor de praktische ruimtevaart spelen de maanfasen en de bijbehorende verlichtingscondities een rol. Bij de vroege Apollo-missies werd bewust gekozen voor landingstijdstippen waarbij de zon laag boven de horizon stond op de gekozen landingslocatie. Dit zorgde voor scherpe schaduwvorming die reliëf in het terrein zichtbaar maakte — essentieel voor de astronauten om kliffen en rotsblokken te kunnen herkennen. Een te laagstaande zon bood te weinig licht; een te hoogstaande zon wiste alle schaduwen weg en maakte het terrein moeilijk leesbaar. De Apollo 11-landing op 20 juli 1969 in de Zee der Rust vond plaats bij een zonhoek die dit ideale landingsperspectief gaf.

De maanfasen zijn ook relevant voor modernere missies zoals die van het Artemis-programma en de onbemande landers van het Chang'e-programma. De planners van die missies houden rekening met de zonnestand op de doellocatie, de beschikbaarheid van zonne-energie voor de lander en rover, en de thermische omstandigheden die sterk variëren tussen maandag en maannacht. De maandag duurt namelijk ruim twee aardse weken, en de maannacht eveneens — een gevolg van de trage rotatie van de maan die samenhangt met haar gebonden rotatie ten opzichte van de aarde.

Zo verbindt de eenvoudige vraag “waarom verandert de maan van vorm?” zich met kosmische meetkunde, de geschiedenis van kalenders en religies, de praktijk van de vroegste zeevaarders en de meest geavanceerde ruimtemissies van het heden. De maan is het vertrouwdste object aan onze nachtelijke hemel, en haar fasen zijn het meest zichtbare bewijs dat we deel uitmaken van een bewegend, dynamisch zonnestelsel.